Een eindje fietsen

Een zaterdagochtend ergens in mijn vakantie. Het is een mooie septemberdag met een fijne maar niet té warme zon en weinig wind. “Misschien ga ik vanmiddag een eindje fietsen”, denk ik bij mezelf. Het is tenslotte al september, en bijna herfst. Nu kan het nog even, fietsen in de lekker warme zon. Strakjes gaat het weer regenen en koud zijn en zo.

Die middag besluit ik om inderdaad even op de fiets te stappen. Even een rondje over Kardinge. Zo lang geleden is het nog niet dat ik weer begonnen ben met fietsen, dus tientallen kilometers de halve provincie door, dát durf ik nog niet. Maar Kardinge ligt bijna in mijn achtertuin en daar een half uurtje of zo fietsen gaat helemaal prima.

Dus.

Ik wurm de fiets uit de schuur (daar moet ik nog handiger in worden, maar oefening baart vast ook hier kunst) en stap op. Fiets naar Kardinge en daar het populierenfietspad waarvan ik niet weet hoe het heet op. Het waait een beetje, en populieren ritselen dan zo lekker. En het is een mooi stukje Kardinge.

Even later kruist mijn fietspad een fietspad dat even verderop de wijk weer in leidt. Eigenlijk had ik hier af willen slaan, maar de zon schijnt zo fijn en eigenlijk fiets ik hier ondanks een milde tegenwind wel lekker. Ik fiets rechtdoor. Dan kom ik als het goed is uit bij Noorddijk, en daar kan ik vast wel ergens linksaf en dan even verderop weer terug de wijk in.

Ik fiets. Ik fiets en vraag me af waarom ik eigenlijk altijd een hekel had aan fietsen. Het is best tof om te doen. Maar meteen weet ik ook het antwoord wel: vroeger op de fiets naar school in de regen, en dan de hele tijd met zo’n ongemakkelijk natte spijkerbroek in de klas moeten zitten opletten.

Maar nu regent het niet.

De zon schijnt, en de wind ritselt in de populieren. Ik passeer wandelaars en hardlopers. Wielrenners passeren mij. Vlakbij Noorddijk passeer ik een man in een olijfgroene jas waar “Natuurmonumenten” op staat. Hij zegt hoi, ik zeg hoi terug. Zou dat nou een boswachter zijn? Ik neem me voor om thuis eens op te zoeken wat voor uniform boswachters dragen.

Bij Noorddijk ga ik linksaf de weg op. Het is zo’n weg waar twee auto’s elkaar maar nét kunnen passeren. Gelukkig is het geen drukke weg. De paar auto’s die ik tegenkom gaan met een toffe ruime boog om mij heen. Ik fiets nu tussen de weilanden. Voor misschien wel het eerst van mijn leven fiets ik op het platteland. Ze doen hier veel aan veeteelt: weilanden met koeien er in. Ze staan of liggen te herkauwen en het kan ze geen zier schelen dat ik langs fiets. In de paar verdwaalde akkers die ik tegenkom rijden tractors. Er wordt druk gewerkt aan ons voedsel. Ergens achter me in de verte hoor ik het typische geluid van een trekker.

De trekker komt dichterbij en ik fiets toch wel een beetje angstig dicht tegen de rechterkant van de weg. Dan heeft ‘ie alle ruimte als ‘ie mij voorbij wil. En hij wil mij voorbij: grote trekkerwielen naast mij en dat typische broembroembroembroem van de motor. Ik word ingehaald door een tractor. Weer een ervaring rijker.

Weer een poosje later kom ik in Zuidwolde. Een tweede tractor blijft achter mij hangen terwijl we het dorp in rijden. Bij de brug sla ik linksaf naar huis, hij gaat rechtsaf naar ik weet niet waarheen. Ik ga nu lekker terug naar Beijum, toch wel een beetje moe nu.

Thuis met de fiets weer op slot in de schuur en een kop thee op tafel denk ik nog even terug aan mijn fietstocht. Hoe fijn het eigenlijk blijkt te zijn om een mooi stukje te fietsen door een mooie omgeving bij mooi maar niet te warm weer.

Dat ga ik gauw nog eens doen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s